Eind 2026 neemt het kabinet een besluit over globale locaties waar ruimte gereserveerd moet worden langs de IJssel, Waal, Merwede en Maas. De rivier heeft in de toekomst, waarschijnlijk pas na 2050, meer ruimte nodig om ook bij (extreem) hoogwater de kans op overstromingen zo laag mogelijk te houden. Maar meer ruimte voor de rivier kan impact hebben op gemeenten, bewoners en ondernemers. Daarom geven we op deze pagina antwoord op de meest gestelde vragen.
Meest gestelde vragen
Hieronder geven we allereerst antwoord op de vragen die wij het vaakst krijgen. Daaronder vind je nog meer vragen en antwoorden per onderwerp. Staat je vraag er niet bij? Stel je vraag dan via het contactformulier.
In het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werkt het Rijk samen met regiopartijen aan een rivierengebied dat klaar is voor de toekomst. Water wordt zó snel afgevoerd dat de bodem steeds verder uitslijt en de rivier steeds dieper in het landschap komt te liggen. Dit noemen we erosie. Daarnaast krijgen we door klimaatverandering steeds vaker te maken met lange periodes van droogte en laagwater. De gevolgen hiervan zijn nu al merkbaar voor bijvoorbeeld schippers, de natuur, boeren, drinkwaterbedrijven, ondernemers en bewoners. Ook moeten we ons blijven beschermen tegen hoogwater. Zo zorgt klimaatverandering voor extremer hoogwater. Bij hoogwater moeten we water veilig kunnen blijven afvoeren. Dit vraagt om aanpassingen aan de rivier. Hierbij proberen we ook rekening te houden met bijvoorbeeld de scheepvaart, de natuur en lokale plannen en ontwikkelingen.
Het programma heeft voor 2026 twee besluiten voorbereid. Het eerste besluit gaat over het aanpakken van de erosie van de rivierbodem. Lees meer over dit besluit.
Het tweede besluit gaat over het reserveren van ruimte om in de toekomst maatregelen te kunnen nemen voor hoogwater. De vragen en antwoorden op deze pagina gaan over de ruimte die gereserveerd moet worden voor hoogwater.
Lees meer over het programma en de opgave waar we aan werken.
We kijken vooruit naar de situatie in 2100. Door klimaatverandering stroomt er in de toekomst meer water door de rivieren. Om dat water veilig af te kunnen voeren is meer ruimte voor de rivier nodig. Door nu al ruimte te reserveren, voorkomen we dat er op deze plekken nieuwe grootschalige ontwikkelingen komen, zoals een woonwijk of een groot bedrijventerrein. Op die manier blijft het in de toekomst mogelijk om maatregelen te nemen. Dit is in het verleden ook al gedaan in het programma Ruimte voor de Rivier 1.0. Die reserveringen gelden nog steeds. Mede op basis van onderzoek stellen we voor om een aantal bestaande reserveringen:
- te behouden;
- te laten vervallen of;
- aan te passen.
Zo houden we ruimte vrij op plekken die we in de toekomst mogelijk nodig hebben voor de rivier. Daarnaast stellen we globale locaties voor waar in de toekomst mogelijk een nieuwe reservering nodig is.
Met deze reserveringen en aanpassingen houden we mogelijkheden open voor de toekomst en voorkomen we dat deze maatregelen onnodig duur of moeilijk uitvoerbaar worden. We hebben gekeken naar de gevolgen voor bewoners, ondernemers en grondeigenaren. Zo reserveren we niet meer ruimte dan nodig is.
Als een locatie officieel wordt gereserveerd, kunnen hier beperkingen gelden voor grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen. Deze mogen niet als zij rivierverruiming belemmeren. Zo mag hier geen appartementencomplex of woonwijk worden gebouwd. Ook mag je geen grote bedrijfsuitbreiding doorvoeren. Kleine of tijdelijke ontwikkelingen blijven in principe mogelijk. Deze regels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor bestaande reserveringen gelden ze nu al. Voor nieuwe en aangepaste reserveringen gaan ze pas gelden als de precieze grens is vastgelegd.
Eind 2026 besluit het kabinet welke bestaande reserveringen blijven, welke worden aangepast en welke vervallen. Ook kijken we waar nieuwe reserveringen globaal komen te liggen. Reserveringen die aangepast moeten worden, kunnen een andere vorm krijgen, bijvoorbeeld minder breed, maar wel langer. Soms is er sprake van een grotere reservering, maar dat hoeft niet altijd. Een globale locatie is nog niet meteen een reservering. Vanaf 2027 werken we uit hoe de reservering op een globale locatie eruit komt te zien. Vervolgens wordt dit in het Bkl vastgelegd.
Geldt er nu al een reservering? En blijft deze? Dan verandert er voor grond en bestaande woningen niets. Ligt de woning in een globale locatie? Dan verandert er pas iets als de reservering officieel is vastgelegd, inclusief de precieze grenzen van het gebied. Dit wordt vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Mensen mogen in een gereserveerd gebied blijven wonen en bedrijven kunnen hun activiteiten voortzetten. Alle bestaande bebouwing blijft toegestaan. Nieuwe plannen die grootschalig of kapitaalintensief zijn, zoals de aanleg van een woonwijk, zijn niet meer toegestaan. Veel kleine ontwikkelingen, zoals het plaatsen van een dakkapel of een uitbouw, blijven gewoon mogelijk. Hoe de begrenzing van de globale locaties precies komt te liggen, werken we uit vanaf 2027. Dit proces duurt ongeveer twee jaar.
Het kabinet besluit naar verwachting in december 2026 over het voorstel. Eind december 2026 gaat het ontwerp-Nationaal Waterprogramma 2028-2033 ter inzage. Iedereen kan dan reageren. Vanaf 2027 werken Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen de precieze grenzen van nieuwe en aangepaste reserveringen uit. Daarna worden de reserveringen vastgelegd in het Bkl. Het Rijk streeft ernaar dat de nieuwe regels in de eerste helft van 2029 ingaan.
Een reservering betekent nog niet dat er ook een maatregel komt. Daarover is nog geen besluit genomen. Volgens de huidige inzichten zijn maatregelen vanaf de tweede helft van deze eeuw nodig.
Vanaf eind december 2026 kan iedereen op het besluit reageren. Dit kan door een zienswijze in te dienen op het ontwerp-Nationaal Waterprogramma 2028-2033. In dit document is al het landelijke waterbeleid en het beleid voor de rivieren in Nederland opgenomen. Ook de besluiten die worden genomen binnen het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 staan hierin. Vóór het besluit van het kabinet is er geen formele inspraak.
Lees op de website van het Platform Participatie meer over dit proces.
Het kabinetsbesluit in 2026 gaat alleen over het behouden of laten vervallen van bestaande reserveringen, aan te passen reserveringen en globale locaties van nieuwe reserveringen. Vanaf 2027 gaan we de plannen voor de aan te passen reserveringen en globale locaties voor nieuwe reserveringen verder uitwerken. En bepalen we ook de exacte begrenzing van de locaties. Gemeenten worden hierbij betrokken. Ook nu al zijn gemeenten betrokken via de overleggen van de Deltaprogramma’s Rijn en Maas. Inwoners houden we op de hoogte via deze website, de nieuwsbrief en webinars. Hun belangen kunnen zij kenbaar maken via een zienswijze op het ontwerp-Nationaal Waterprogramma. Voordat de precieze grenzen in het Bkl worden vastgelegd, kan iedereen daar ook nog op reageren via een internetconsultatie. Daarover informeren we via deze website.
Inhoudelijke achtergrond bij het voorstel
In onderstaande vragen geven we meer achtergrond bij het voorstel. We leggen onder andere uit waarom meer ruimte voor de rivier nodig is, waarom deze ruimte nu al gereserveerd moet worden en waarom juist deze locaties nu zijn voorgesteld.
Door klimaatverandering krijgen rivieren vaker te maken met extreem hoogwater. In de afgelopen eeuwen heeft de rivier in Nederland steeds minder ruimte gekregen, onder andere door de aanleg van dijken en door steeds meer bebouwing langs de rivier. Om Nederland ook in de toekomst veilig te houden, is op sommige plekken (weer) meer ruimte voor de rivier nodig.
De rivier kan op twee manieren meer ruimte krijgen: buitendijks of binnendijks. Bij buitendijkse maatregelen passen we de uiterwaarden aan door deze bijvoorbeeld lager te maken. Bij een binnendijkse maatregel verleg je bijvoorbeeld de dijk landinwaarts.
Onderzoek laat zien dat op sommige plekken dijkversterking en buitendijkse maatregelen niet genoeg zijn om Nederland ook in de toekomst veilig te houden. Op die plekken kan binnendijkse ruimte nodig zijn. De bestaande, aangepaste en nieuwe reserveringen zorgen ervoor dat we in die gebieden in de toekomst ruimte hebben om nog binnendijkse maatregelen te nemen.
Lees meer over de achtergrond waarom meer ruimte voor de rivier nodig is.
Eind 2026 besluit het kabinet over de bestaande reserveringen en de globale locaties voor nieuwe reserveringen langs de IJssel, Waal, Merwede en Maas die voor toekomstige rivierverruiming gereserveerd moeten worden. Deze reserveringen houden opties open die na 2050 nodig kunnen zijn om Nederland te beschermen tegen hoogwater. Zo blijven verschillende oplossingen voor de toekomst mogelijk. Het gaat nog niet over concrete projecten of maatregelen.
Deze binnendijkse ruimte reserveren we nu al zodat de ruimte in de toekomst beschikbaar blijft voor waterveiligheid. Als we deze locaties niet formeel vastleggen, kunnen er bijvoorbeeld nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen komen. Hierdoor zou het later moeilijker worden om ruimte te maken voor de rivier.
Voor bestaande reserveringen die moeten worden aangepast en voor globale locaties voor nieuwe reserveringen liggen de grenzen nog niet vast. Een globale locatie geeft aan in welk gebied in de toekomst ruimte voor de rivier nodig is. De precieze begrenzing ligt dus nog niet vast. Met begrenzing bedoelen we de precieze afbakening op de kaart waarmee duidelijk wordt welke percelen wel en welke niet in het gereserveerde gebied liggen.
De precieze begrenzing wordt in een volgende fase uitgewerkt. Deze fase start in 2027 en duurt naar verwachting twee jaar. Gemeenten worden bij dit proces betrokken. Op welke manier precies, werken we nog uit. Als dit bekend is, communiceren we dit via deze website.
Uit onderzoeken blijkt dat deze locaties belangrijk kunnen zijn voor het veilig afvoeren van water in de toekomst. De knelpunten liggen vaak bij smalle plekken in de rivier, waar de rivier nu heel weinig ruimte heeft. Daar kunnen in de toekomst maatregelen nodig zijn. De ruimte voor zo’n maatregel ligt niet altijd op dezelfde plek als het knelpunt.
De onderzoeksrapporten zijn gemaakt door een onafhankelijk team van ingenieursbureaus en kennisinstellingen. In de rapporten staan ook kaarten met globale toekomstbeelden voor 2100. Daarop staat bijvoorbeeld hoe een mogelijke riviermaatregel kan samengaan met natuur, recreatie of wonen. Die kaarten zijn geen onderdeel van het voorstel en hebben geen juridische gevolgen. Het voorstel van het programma staat op de overzichtskaart en in de onderbouwing per locatie.
Ja, dat kan. Het programma heeft een voorstel gedaan op basis van verschillende onafhankelijke onderzoeken en inbreng van onder andere gemeenten en maatschappelijke organisaties. Het kabinet baseert zich straks op dezelfde informatie, maar neemt hierin zelfstandig een besluit.
Ja, in de onderzoeken zijn ook andere opties onderzocht. Zo is gekeken of het versterken van dijken voldoende veiligheid kan bieden. Op sommige plekken, vooral langs de rivier met veel bebouwing, is er weinig ruimte meer om dijken nog verder te versterken en te verhogen. Ook is gekeken of er ruimte voor de rivier buitendijks gevonden kan worden. Buitendijks betekent aan de rivierkant van de dijk, in de uiterwaarden. Op sommige plekken zijn hier nog kansen voor, maar op veel andere plekken is deze ruimte de afgelopen jaren al benut. Als dijkversterking en buitendijkse maatregelen niet voldoende opleveren, dan is meer ruimte voor de rivier binnendijks, dus aan de landkant van de dijk, nodig.
Het voorstel van het programma en het besluit van het kabinet eind 2026 gaan ook over de vraag of bestaande reserveringen moeten blijven. Ook kan het zijn dat deze niet meer nodig zijn, of dat ze groter of kleiner worden of dat de vorm moet worden aangepast.
Als een bestaande reservering niet meer op de overzichtskaart staat, dan stelt het programma voor om deze te laten vervallen. In het vervolgproces waarin de begrenzing van nieuwe locaties wordt uitgewerkt, wordt ook geregeld dat te vervallen reserveringen uit de regelgeving worden gehaald. Naar verwachting is de aanpassing van de regelgeving waarin de reserveringen zijn opgenomen, in 2029 afgerond. Tot die tijd blijven de huidige regels gelden.
Langs de Maas stelt het programma geen nieuwe binnendijkse reserveringen voor. Het voorstel gaat daar alleen over bestaande reserveringen. Voor de Maasvallei loopt een apart traject dat op dit moment nog wordt uitgewerkt.
Dit voorstel gaat over ruimte bij extreem hoogwater. Voor lage waterstanden en de dalende rivierbodem heeft het kabinet in juli 2026 een apart besluit genomen. Hoog- en laagwater horen wel bij dezelfde rivier. Daarom kijkt het programma naar beide in samenhang. Ruimte voor hoogwater kan in sommige gevallen ook helpen om in droge perioden zoetwater langer vast te houden.
Gevolgen voor een locatie
Een mogelijke reservering kan ook nu al impact hebben op een locatie. We proberen hieronder zo goed mogelijk antwoord te geven op deze vragen. Nog niet alles hierover is op dit moment duidelijk. Dit wordt in de komende maanden uitgewerkt. Zodra we meer weten, lees je dat hier.
We begrijpen dat een mogelijke reservering impact kan hebben op de huidige gebruikers van een gebied. We onderzoeken of eigenaren of gebruikers in aanmerking kunnen komen voor nadeelcompensatie. Dat is een vergoeding voor schade die ontstaat door een besluit van de overheid. Hierover volgt in de komende periode meer duidelijkheid.
Een reservering betekent nog niet dat er op korte termijn een maatregel in het gebied komt. Het onderzoek laat zien welk type maatregel in de toekomst mogelijk nodig is. Denk aan een dijkverlegging, een nevengeul of een route waarlangs water tijdelijk om een knelpunt heen kan stromen. Pas als wordt besloten wat voor project nodig is, wordt een maatregel concreet uitgewerkt.
Volgens de huidige inzichten gebeurt dit vanaf de tweede helft van deze eeuw.
Proces en reageren
Inbreng van gemeenten, andere overheden en maatschappelijke organisaties is meegenomen in het voorstel van het programma. Hieronder leggen we uit hoe zij hun inbreng hebben kunnen geven, wanneer inwoners kunnen reageren en hoe het vervolgproces eruitziet.
Gemeenten hebben bij het opstellen van het voorstel informatie ingebracht over ontwikkelingen in hun gebied, kansen en aandachtspunten. Verder hebben zij zorgen geuit over de mogelijke gevolgen voor inwoners en de onzekerheid die een reservering kan veroorzaken. Gemeenten hebben gevraagd om zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden en de locaties waar onderzoek plaatsvindt waar mogelijk te beperken tot de ruimte die daadwerkelijk nodig is. Ook hebben zij benadrukt dat er perspectief nodig is voor de locaties waarvoor mogelijk een reservering komt. Deze inbreng is meegenomen in het voorstel dat het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 nu heeft uitgebracht. Gemeenten blijven betrokken bij het vervolgproces.
Daarnaast zijn maatschappelijke organisaties uitgenodigd om mee te praten via een Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL)-traject. Hun advies kun je lezen op de site van overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. Ook dit is meegenomen in het voorstel dat het programma nu heeft gedaan.
Lees meer over hoe de omgeving bij het programma wordt betrokken.
Vragen stellen kan via het contactformulier of via info@ruimtevoorderivier.nl. Ook staat op deze website actuele informatie over het programma en de vervolgstappen.
Bezoek regelmatig deze website, schrijf je in voor de nieuwsbrief en meld je aan voor onze webinars. De vorige webinars zijn ook terug te kijken.