Het Nederlandse rivierengebied staat onder druk. Door klimaatverandering krijgen we te maken met extremere pieken in hoogwater én langere perioden van droogte. Tegelijkertijd wordt de ruimte rond onze rivieren steeds intensiever gebruikt. Dat vraagt om keuzes. Bijvoorbeeld: hoe zorgen we dat het water ook in de toekomst veilig afgevoerd kan worden?
In Nederland leven we met water
Al eeuwenlang leven we in Nederland met water. Rivieren hebben het landschap gevormd waarin we wonen, werken en recreëren. De bedrijvigheid rondom onze rivieren is enorm toegenomen in de afgelopen eeuwen. Waar in 1900 de bebouwing beperkt was, zijn inmiddels op veel plekken woonwijken en bedrijventerrein gebouwd in de vroegere ‘overstromingsvlakten’.
Om dit allemaal mogelijk te maken, hebben we veel moeten sleutelen aan de rivieren. We legden dijken aan zodat we droge voeten hielden. We ontwierpen de rivier zo, dat hoogwater zo snel mogelijk werd afgevoerd. En kribben, stuwen en sluizen bevorderden de scheepvaart en zorgden ervoor dat we water slim konden verdelen en vasthouden. Ook wegen en bruggen hebben op diverse plekken geleid tot versmallingen in de rivier. Onderstaande afbeelding laat de toegenomen ruimtelijke druk in het rivierengebied zien door steden en infrastructuur.
Daar hebben we al die tijd van geprofiteerd. Maar hiermee namen we ook ruimte af van de rivier. En legden deze vast in een krap keurslijf, waardoor het zich niet meer op een natuurlijke manier kan gedragen. De ruimte voor de rivier is in het stroomgebied van de Rijn en Maas in Nederland door menselijk ingrijpen vanaf 1850 meer dan gehalveerd. Dit begint nu te wringen. De grafieken hieronder laten deze ontwikkeling zien.
We moeten ons voorbereiden op hoog én laagwater
Water wordt zó snel afgevoerd dat de bodem steeds verder uitschuurt. Dit noemen we erosie. Het sediment (zand en grind) dat wordt aangevoerd, krijgt door de hoge stroomsnelheid van de rivier geen kans om naar de bodem te zakken. Hierdoor ontstaat een disbalans: de rivier voert meer sediment af, dan er wordt aangevoerd. Het gevolg is dat de rivierboden daalt en de rivier steeds dieper in het landschap komt te liggen. Dit zorgt met name bij droogte en laagwater voor veel problemen. Bijvoorbeeld tijdens de langdurige droogte in 2018. Door klimaatverandering gaan we steeds vaker te maken krijgen met droogte en laagwater. De gevolgen hiervan zijn nu al merkbaar voor bijvoorbeeld schippers, de natuur, boeren, drinkwaterbedrijven, ondernemers en bewoners.
Ook moeten we ons blijven beschermen tegen hoogwater. Onze dijken bieden voor nu veiligheid maar klimaatverandering zorgt er voor dat extreme hoogwaters vaker voor zullen komen en onze rivieren in de verre toekomst (rond 2100) nóg meer water moeten kunnen afvoeren. Knelpunten in de rivieren versterken de gevolgen, omdat het de doorstroming belemmert met hogere waterstanden tot gevolg. Nieuwe dijkversterkingen blijven ook in de toekomst nodig maar dat is niet overal goed mogelijk en zijn niet de enige oplossing.
De rivier heeft meer ruimte nodig
Echte oplossingen voor deze ontwikkelingen vraagt om meer ruimte voor de rivier. Als de rivier meer ruimte krijgt, stroomt het langzamer. De rivierbodem zal hierdoor minder uitschuren. Ook is het rivierensysteem richting de verre toekomst (2100 en verder) beter voorbereidt op (extreme) hoogwater als het meer ruimte krijgt.
De rivier ruimte (terug)geven is begin deze eeuw ingezet. Na de hoogwaters op de Maas en de Rijntakken in 1993 en 1995 groeide het besef dat er door klimaatverandering steeds meer water door de rivieren komt, terwijl de ruimte om dat water af te voeren onder druk staat.
De overheid koos daarom voor een nieuwe aanpak: niet alleen dijken verhogen, maar ook de rivieren meer ruimte geven. In 1998 gaf het kabinet het startsein tot het ontwikkelen van het programma Ruimte voor de Rivier. Waarbij het riviergebied tussen 2006 en 2017 op verschillende plekken is verruimd. Ook werd ruimte gereserveerd voor toekomstige maatregelen, omdat de verwachting was dat de waterafvoer verder zou toenemen. Niet alleen kreeg de rivier meer ruimte, er ontstonden levendige plekken waar recreatie, natuur en economische ontwikkeling samengingen. Met de Maaswerken verbeterden we de hoogwaterbescherming langs de Maas. De Maas kreeg op verschillende plekken meer ruimte, hiermee ontstond tegelijkertijd ongeveer 1500 hectare nieuwe natuur. Ook werd de Maas beter bevaarbaar gemaakt voor grotere schepen.
In deze jaren daarna groeide het inzicht dat het rivierengebied steeds voller raakt. Een studie van Van Lobith en Eijsden naar Zee in 2008 onderzocht voor het eerst hoeveel ruimte er op de lange termijn (rond 2100) nodig is voor de rivier vanuit het perspectief van waterveiligheid. De conclusie was duidelijk: aan het eind van deze eeuw, wanneer alle gereserveerde binnendijkse ruimte is ingezet, is alle beschikbare ruimte benut is om de gestegen afvoer van Rijn en Maas ‘veilig’ naar zee af te voeren. Daarnaast werd duidelijk dat niet alleen waterveiligheid vraagt om ruimte. Ook natuurontwikkeling, scheepvaart, recreatie, zand- en kleiwinning, landschap, cultuurhistorie, stedelijke ontwikkeling en woningbouw hebben ruimte nodig. Kortom door de groeiende ruimteclaims in het rivierengebied is de ‘rek’ er langzaam uit.
Rivieren als een samenhangend systeem
Hoewel veel opgaven in het rivierengebied voorheen sectoraal opgelost konden worden is de noodzaak voor een integrale aanpak van de opgaven in het rivierengebied gegroeid. Deze noodzaak leidde in 2019 tot de oprichting van het Programma Integraal Riviermanagement (IRM). Met het programma IRM heeft het Rijk in samenwerking met de Deltaprogramma’s Rijn en Maas besloten tot een nieuwe koers voor de inrichting en het beheer van de grote rivieren in Nederland. Het vertrekpunt van het programma IRM was de rivieren te zien als samenhangend riviersysteem met verschillende functies. Als we ingrijpen op één plek in de rivier, dan heeft dit ergens anders gevolgen. Keuzes die we maken, hebben invloed op elkaar en daarom was IRM de start van een samenhangende, integrale aanpak. Nadat het programma IRM en de daarin beschreven beleidskeuzes in april 2025 zijn vastgesteld, is RvdR2.0 officieel gestart.