10 juli 2026 heeft het kabinet een besluit genomen over maatregelen om rivierbodemdaling op de Waal en Maas tegen te gaan. Het kabinetsbesluit is een belangrijke stap richting een toekomstbestendig rivierengebied. Sommige maatregelen kunnen direct in praktijk worden gebracht, terwijl voor andere nog onderzoek nodig is. Hoe ziet het vervolg er nu uit?

Actie op korte termijn: suppleren op de Waal

Vooral op de Waal daalt de rivierbodem doordat er doorgaande erosie van de bodem optreedt. Eind dit jaar wordt gestart met structureel suppleren op de Waal om te voorkomen dat de rivierbodem daar blijft dalen. Er wordt extra zand en grind op de rivierbodem gestort. Daarmee vullen we het tekort van sediment op de bodem van de Waal aan. Zo zorgen we dat de rivierbodem op korte termijn niet verder daalt. Rijkswaterstaat heeft de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met deze aanpak in verschillende pilots.

Voorbereiding meergeulensysteem op de Waal

Naast structureel suppleren is besloten ook een meergeulensysteem aan te leggen op de Waal. In 2027 wordt gestart met de verkenning van een meergeulensysteem op de Waal. Op dit moment wordt de verkenning voorbereid door het programmateam van Ruimte voor de Rivier 2.0. In de verkenning wordt voor het hele traject (vijfenzeventig kilometer) in kaart gebracht hoe verschillende opgaven (scheepvaart, natuur en landbouw, funderingen en zoetwaterbeschikbaarheid) in samenhang kunnen worden opgepakt met een meergeulensysteem. Hiervoor worden in de verkenning verschillende Ook wordt bij de verkenning onderzocht hoe een ontwerp eruit zou kunnen zienverschillende varianten ontworpen. Provincies, waterschappen en gemeenten zijn bij de verkenning betrokken via Deltaprogramma Rijn.

Als de verkenning is afgerond, wordt het gehele traject opgeknipt in deeltrajecten en start de uitvoering per deeltraject.

Structureel suppleren op de Maas

Ook op de Maas wordt gestart met het suppleren van sediment. Dat gebeurt op de Gemeenschappelijke Maas: het traject waar de rivierbodem het meest daalt en diepe erosiekuilen kunnen ontstaan, wat bij het hoogwater van de zomer van 2021 ook gebeurde. Er vindt momenteel afstemming plaats met Vlaanderen over hoe deze suppleties het beste vormgegeven kunnen worden. De Gemeenschappelijke Maas vormt namelijk de landsgrens met België. Snel beginnen met suppleties zorgt ervoor dat het probleem niet groter wordt. Daarnaast is voor de hele Maas besloten dat gebaggerd sediment niet meer uit de rivier gehaald wordt, maar wordt teruggestort op de rivierbodem. Zo creëren we een duurzame sedimenthuishouding en beperken we rivierbodemdaling op de Maas.

Onderzoek naar een duurzame oplossing voor de Gemeenschappelijke Maas

Suppleren helpt om verdere daling van de rivierbodem en erosiekuilen te voorkomen, maar lost de oorzaak ervan niet op. Daarom gaat Rijkswaterstaat onderzoek doen naar de bodemopbouw en hoe de ligging van bodem van dit stuk van de rivier zich ontwikkelt bij verschillende afvoeren (de morfologie). Hierbij wordt de wisselwerking tussen stroming, sedimenttransport en de rivierbedding onderzocht. Ook wordt met Vlaanderen een vervolgonderzoek gestart in de vorm van een gebiedsuitwerking waarin wordt verkend hoe met rivierverruiming de kracht van het water kan worden verminderd door stroomsnelheden te verminderen.

De onderzoeken duren naar verwachting tot eind 2028. De uitkomsten moeten uitwijzen welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de rivierbodem op de Maas ook op lange termijn stabiel te houden.