Het kabinet heeft 10 juli een besluit genomen over maatregelen om de rivierbodem te herstellen en stabiliseren. Met dit besluit zet het kabinet in op stabilisatie van de rivierbodem op de korte termijn en op structurele ingrepen om de rivierbodemdaling te stoppen voor de lange termijn. De urgentie om in actie te komen is groot. De gevolgen kosten de samenleving potentieel honderden miljoenen euro’s. En alle gebruikers van de rivier en omwonenden en ondernemers langs de rivier merken nu al de gevolgen van rivierbodemdaling bij lage waterstanden, die sinds de jaren 1990 steeds regelmatiger voorkomen.

Het vorige kabinet heeft met het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) vastgesteld dat stabilisatie van de rivierbodem noodzakelijk is om het riviersysteem te herstellen en het rivierengebied klaar te maken voor de toekomst. In het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 is onderzocht met welke maatregelen dit kan worden bereikt. Het zijn belangrijke keuzes die raken aan nationale belangen, zoals de zoetwatervoorziening van Noord- en West-Nederland. Ook draagt een stabiele rivierbodem bij aan de bevaarbaarheid van de rivier en wordt voorkomen dat de schade door laagwater verder toeneemt. De problemen met de rivierbodem verschillen per rivier, de Maas en de Rijntakken vragen eigen oplossingen.

”Met dit kabinetsbesluit zetten we een belangrijke stap in het toekomstbestendig inrichten van het rivierengebied. Samen met de partners in de stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 hebben we intensief onderzoek gedaan naar wat er nodig is om de problemen van rivierbodemdaling op zowel de Rijntakken als de Maas op te lossen. Ik ben er trots op dat we tot nu tot een concreet voorstel voor maatregelen zijn gekomen, dat nu is overgenomen door het kabinet. Maatregelen zijn hard nodig, de rivierbodemdaling in combinatie met laagwater zorgt voor verdroging van natuur en landbouw, vergroot het risico op funderingsschade en verslechtert de bevaarbaarheid. Van de afgelopen acht zomers waren er zes zeer droog en hadden we te maken met extreem laagwater. Ook deze week zien we in de Rijntakken extreem lage waterstanden. Dat laat zien dat we anders met ons water moeten omgaan: we moeten niet alleen water snel kunnen afvoeren, maar ook zorgen dat we water kunnen vasthouden voor droge periodes. Zo houden we voldoende zoetwater beschikbaar voor drinkwater, landbouw en natuur en zorgen we ervoor dat de scheepvaart kan blijven functioneren. Door de rivierbodem te stabiliseren en de rivier anders in te richten, kunnen schepen ook bij lage waterstanden beter blijven varen.” - Jaap Slootmaker, directeur generaal Water & Bodem

Besluiten voor de Waal

Uit de onderzoeken komt naar voren dat voor de Waal een structurele ingreep noodzakelijk is om de daling van de rivierbodem te stoppen. Daarom besluit het kabinet tot de aanleg van een meergeulensysteem, gecombineerd met het storten van zand en grind op de bodem (suppleren). Suppleren zorgt ervoor dat de bodem niet verder daalt. Het meergeulensysteem levert een structurele oplossing en pakt ook de oorzaak van rivierbodemdaling aan. Er worden dan één of meerdere geulen gegraven langs de rivier, waardoor het water in de oorspronkelijke riviergeul minder snel stroomt. Door lagere stroomsnelheden treedt er veel minder erosie op.

Er is gekozen voor deze combinatie van oplossingen, omdat hiermee ook de bevaarbaarheid verbetert, natuur kan herstellen en er een betere verdeling van zoetwater is over de riviertakken Waal, Nederrijn-Lek en IJssel. Deze maatregelen worden ingezet op de Waal van de Pannerdensche Kop tot Zaltbommel. Dit kan in de toekomst eventueel worden aangevuld met maatregelen op het Pannerdensch Kanaal en de Boven-IJssel.

“Als regio steunen we de keuze voor een meergeulensysteem in de Waal. Het stabiliseren van de rivierbodem en het stoppen van erosie is noodzakelijk om verdere verdroging van uiterwaarden en binnendijks gebied te voorkomen. Tegelijk zien we voldoende zoetwater bij lage afvoeren als een gezamenlijke opgave voor het hele Rijnsysteem. Het meergeulensysteem en een betere sturing van de waterverdeling kunnen daaraan bijdragen en bieden kansen om dit slim te verbinden met regionale opgaven, zoals natuur, recreatie, betere grondwaterstanden in onder meer de Betuwe en het beperken van risico’s op funderingsschade. Als regio vragen we wel aandacht voor het goed in beeld brengen van effecten voor regionale watersystemen - zoals beken, sloten en grondwater - en voor benedenstroomse gebieden, zoals het Merwedesgebied en de IJssel-Vechtdelta. Daarnaast zien we het stoppen van bodemerosie als een eerste stap. Als vervolgstap is verder herstel van de rivierbodem nodig.” - Hein Pieper, voorzitter Bestuurlijk Platform Rijn

Beeld: © Michiel Wijnbergh

Besluiten voor de Maas

Voor de Maas is besloten om te starten met het stabiliseren van de rivierbodem door te suppleren. Dit focust zich op de Gemeenschappelijke Maas. Voor dit traject is ook besloten om vervolgonderzoek te doen naar de bodemopbouw en hoe de ligging van bodem van dit stuk van de rivier zich ontwikkelt bij verschillende afvoeren (de morfologie). Hierbij wordt de wisselwerking tussen stroming, sedimenttransport en de rivierbedding onderzocht. Ook wordt met Vlaanderen een vervolgonderzoek gestart in de vorm van een gebiedsuitwerking waarin wordt verkend hoe met rivierverruiming de kracht van het water kan worden verminderd door stroomsnelheden te verminderen. Bij lagere stroomsnelheden schuurt de rivierbodem minder uit en is er minder erosie. Omdat de Gemeenschappelijke Maas de grens met Vlaanderen vormt, wordt dit deel van de Maas gezamenlijk beheerd. Daarom wordt met Vlaanderen samengewerkt bij het vormgeven van deze maatregelen.

"Het besluit over de rivierbodem zien de leden van de Stuurgroep Deltaprogramma Maas als noodzakelijke stap richting herstel van de natuurlijke rivierdynamiek van de Maas en om een veilige afvoer van hoogwater voor de toekomst te blijven garanderen. Voor de korte termijn is het belangrijk om de schade die bij het extreme hoogwater in 2021 is ontstaan aan de vitale infrastructuur te herstellen. Denk hierbij aan de bedekking van de fundering van bruggenhoofden en kabels en leidingen in de rivierbodem. Ook is het belangrijk dat we geen verdere schade laten ontstaan op dit vlak langs de Maas." - Saskia Boelema, voorzitter stuurgroep Deltaprogramma Maas

Waarom maatregelen nodig zijn

De combinatie van lage rivierafvoeren en een sterke daling van de rivierbodem in de afgelopen vijftig jaar, op delen van de Waal meer dan 1,5 tot 2 meter, ontstaan in steeds grotere problemen. De verwachting is dat door klimaatverandering lage tot extreem lage rivierafvoeren steeds vaker voor zullen komen. Ook op dit moment zijn de Rijnafvoeren extreem laag. Lagere waterstanden zorgen ervoor dat het grondwater in de omgeving van de rivier (mee)daalt. Dit zorgt voor schade aan landbouw, natuur en funderingen. De scheepvaart op het traject Rotterdam–Duitsland ondervindt hinder doordat de bodem niet overal gelijk daalt en sluizen en andere infra op de oorspronkelijke hoogte blijven liggen. Tot slot daalt de rivierbodem van de Waal harder dan die van het Pannerdensch Kanaal en de IJssel waardoor de laagwaterverdeling verstoort raakt: er stroomt bij laagwater steeds meer water naar de Waal en minder naar de IJssel en het IJsselmeergebied, onze nationale waterbuffer.

Op de Maas is de meest urgente bodemopgave het aanpakken van het erosiekuilentraject van de Gemeenschappelijke Maas. Bij het hoogwater in 2021 zijn door de kracht van het hoge water erosiekuilen ontstaan tot wel 16 meter diep. Bij elk volgend hoogwater kunnen nieuwe erosiekuilen ontstaan. Die leggen kabels en leidingen bloot en destabiliseren keringen, oevers en andere kunstwerken (zoals bruggen en sluizen).

Lees verder over de oorzaken en gevolgen van rivierbodemdaling.

Volgende stap: suppleren, uitwerking van maatregelen en vervolgonderzoek

Tot en met 2039 is er 802 miljoen euro beschikbaar voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 om de dalende rivierbodem tegen te gaan. Zowel op de Maas als Waal starten we met suppleren. Voor het meergeulensysteem op de Waal is de eerstvolgende stap het maken van een ontwerp, in een verkenning die in 2027 wordt opgestart. Dan moet duidelijk worden op welke plekken het meergeulensysteem moet komen en hoe dit samengaat met andere initiatieven in de uiterwaarden.

Totstandkoming besluit

Binnen het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werken Rijk en regio samen om het rivierengebied klaar te maken én te houden voor volgende generaties. Bovenstaande maatregelen dragen hieraan bij. Aan de basis van dit besluit liggen onderzoeken waarin onafhankelijk en 'beleidsneutraal' is onderzocht welke maatregelen het gewenste effect kunnen hebben. Bekijk deze onderzoeken. Ook is maatschappelijke organisaties via het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving om advies gevraagd. Bekijk dit advies.

Regionale medeoverheden zijn betrokken via de Deltaprogramma’s Maas en Rijn. Zij zijn ook vertegenwoordigd in Ruimte voor de Rivier 2.0 en brengen hier het regionale perspectief in. Naast de deltaprogramma's Rijn en Maas zijn de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Rijkswaterstaat, staf Deltacommissaris en de Rijnvaartcommissaris onderdeel van de stuurgroep. Via de stuurgroep Ruimte voor de Rivier 2.0 is dit besluit in gezamenlijkheid voorbereid.