Voor de toelichting op besluiten die het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 neemt, moeten we soms termen gebruiken die niet bij iedereen bekend zijn. Lees hieronder wat deze termen betekenen.
| Afvoercapaciteit | De hoeveelheid water die een rivier kan afvoeren (in m3/s). Dit is een combinatie van het doorstroomprofiel (ruimte in het rivierbed in de breedte, hoogte en lengte) en het ruwheidsprofiel (de weerstand die het afstromende water ondervindt van de bodem, vegetatie en obstakels). Veranderingen daarin werken door in de afvoercapaciteit en beïnvloeden de waterstand bij hoogwater. |
| Areaaltekort | Een tekort aan beschikbare ruimte voor rivierverruimende maatregelen, zoals dijkverhogingen. |
| Benedenstrooms | De richting waar het water naartoe stroomt. |
| Bergingscapaciteit | Het volume water dat geborgen kan worden tussen het maaiveld (bovenkant van een terrein) of het stuwpeil (waterstand dat door een stuw in een rivier geregeld wordt) en het hoogste dat aanvaardbaar is. |
| Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) | Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een landelijke wet onder de Omgevingswet. Dit besluit is vooral gericht op overheden, zoals gemeenten, provincies en waterschappen en heeft als doel om de leefomgeving gezond, veilig en duurzaam te houden. In het besluit staan regels over de bescherming en de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Ook de besluiten van het programma RvdR2.0 komen uiteindelijk in het Bkl terecht. |
| Binnendijks | Het gebied landinwaarts van de dijk. Dit deel ligt binnen het beschermingsgebied van de dijk. |
| Bodemerosie | Het proces van slijtage van de rivierbodem, waarbij sediment door het stromende water wordt verplaatst of in zijn geheel wordt meegevoerd. Hierdoor daalt de bodem van de rivier. |
| Bovenstrooms (ook wel stroomopwaarts) | De richting van de bron van de rivier, waar het water vandaan komt. |
| Buitendijks | Uiterwaarden of uiterwaardengebied. Dit gebied valt buiten het beschermingsgebied van de dijk. |
| Bypass | Een aangelegde omleiding waar water doorheen kan stromen bij hoogwater. |
| Definitief besluit ministerraad | Het definitieve besluit dat in december 2026 wordt opgenomen in het Ontwerp Nationaal Waterprogramma 2028-2033. |
| Dijkverlegging | Het verplaatsen van een dijk, zodat de rivier meer ruimte krijgt. |
| Ecologische waterkwaliteit | Ecologische toestand van het oppervlaktewater, gemeten op basis van de biologische kwaliteit, fysisch-chemische kwaliteit en normen voor overige relevante verontreinigende stoffen. |
| Hoofdgeul (ook wel zomerbed) | Gedeelte van het rivierbed waarin altijd stromend water staat en dat doorgaans in gebruik is als vaarweg voor de scheepvaart. |
| Hoogwater | Een periode waarin er veel water door de rivier stroomt, bijvoorbeeld door langdurige regenval of smeltwater uit het buitenland. Hierdoor stijgt de waterstand in de rivier. |
| Hydraulisch knooppunt | Een knelpunt in de rivier waar het water niet snel genoeg kan doorstromen. Bijvoorbeeld omdat de rivier hier te smal is. |
| Hydrodynamiek | Dynamiek in kwantiteit (duur, diepte en stromingscondities bij verschillende afvoerniveaus) en kwaliteit van het rivierwater en de daarin meegevoerde stoffen. De hydrodynamiek heeft invloed op flora en fauna. |
| Klimaatverandering | Veranderingen in het klimaat die onder andere zorgen voor extremere neerslag en langere droge periodes. |
| Laagwater | Een periode waarin er heel weinig water door de rivier stroomt door langdurige droogte. Hierdoor daalt de waterstand in de rivier. |
| Meekoppelkansen | Kansen om bij riviermaatregelen ook aan andere doelen te werken, zoals natuurontwikkeling, recreatie, woningbouw of verbetering van de leefomgeving. |
| Meergeulensysteem | In een meergeulensysteem worden extra geulen aangelegd naast de hoofdgeul van de rivier. De hoofdgeul, ook wel het zomerbed, is het deel van de rivier waar altijd water stroomt en waar de bodemerosie plaatsvindt. Bij bepaalde waterstanden stroomt een deel van het water door de nieuwe geulen. Daardoor neemt de stroomsnelheid in de hoofdgeul af en schuurt de rivier de bodem daar minder sterk uit. Een meergeulensysteem kan op verschillende manieren worden aangelegd, bijvoorbeeld met oevergeulen, langsdammen of met meer natuurlijke geulen in de uiterwaarden. |
| Morfodynamiek | Veranderingen als gevolg van hydraulische krachten op sediment. Denk aan erosie, transport en afzetting van sediment door de stroming van water, golfslag en wind. |
| Morfologisch knooppunt | Een knelpunt waar de rivier niet natuurlijk kan stromen. Bijvoorbeeld doordat de bodem uitschuurt (bodemerosie) of vanwege sedimentophoping. |
| Nationaal Waterprogramma (NWP) | Het overkoepelende beleid van de Rijksoverheid voor alle rivieren in Nederland. Het huidige programma (2022-2027) wordt opgevolgd door het NWP 2028-2033, dat onder de Omgevingswet valt. |
| Nevengeul | Een extra geul naast de hoofdgeul van de rivier, waardoor bij hoogwater meer water kan worden afgevoerd. |
| Omgevingswet | De wet waarin regels voor de fysieke leefomgeving zijn samengebracht. Denk aan regels voor bouwen, natuur, water en ruimtelijke ontwikkeling. |
| Ontwerpbesluit | Een conceptbesluit waarop inwoners, bedrijven en organisaties kunnen reageren voordat het definitief wordt vastgesteld. |
| Overstromingsrisico | De kans dat een gebied overstroomt en de mogelijke gevolgen daarvan. |
| Overstromingsvlakte | Het vlakke of bijna vlakke land langs een rivier of beek dat bedekt is met water tijdens een hoogwater. |
| Programma Ruimte voor de Rivier 2.0 (RvdR2.0) | Een landelijk programma, waarin Rijk en regio samenwerken aan maatregelen om het Nederlandse rivierengebied voor te bereiden op te toekomst. |
| Reservering | Een reservering van ruimte voor de rivier, zodat er in de toekomst rivierverruimende maatregelen mogelijk zijn. Denk aan dijkverleggingen, nevengeulen of bypasses. Dit betekent niet dat de maatregel direct wordt uitgevoerd. |
| Rivierafvoer | De hoeveelheid water die op een bepaald moment door een rivier stroomt. |
| Rivierbed | Het gebied waar de rivier doorheen stroomt, inclusief de hoofdgeul en uiterwaarden. |
| Ruimtelijke ontwikkeling | Veranderingen in de inrichting van een gebied, zoals woningbouw, bedrijventerreinen, natuur of infrastructuur. |
| Sediment | Materiaal dat wordt getransporteerd door o.a. water. Voorbeelden zijn: grind, klei, zand, silt en lutum. |
| Stroomopwaarts (ook wel bovenstrooms) | De richting van de bron van de rivier, waar het water vandaan komt. |
| Stuurgroep | Het overlegorgaan van programma RvdR2.0 waarin het Rijk, provincies en waterschappen (in afstemming met gemeenten) samenkomen en besluiten nemen over inhoudelijke en procesmatige keuzes. |
| Suppletie | Bij suppleren wordt extra zand en grind (sediment), die de rivier van nature meevoert, op de rivierbodem gestort. Door suppletie blijft de bodem op korte termijn stabiel. Maar dat moet structureel gebeuren om de rivierbodem op hetzelfde niveau te houden. Het is geen oplossing die de oorzaak aanpakt. |
| Uiterwaarden | De gebieden tussen de rivier en de dijken die bij hoogwater onder water kunnen lopen. |
| Voorgesteld besluit stuurgroep | Een advies voor de twee besluiten dat het programmateam en de stuurgroep Ruimte aan het kabinet voorleggen, op basis van onderzoeksresultaten, effectbeoordelingen en omgevingsinformatie. |
| Voorkeursbesluit | Een definitief besluit dat wordt ondertekend door de minister zodra de onderzoeksfase is afgerond. Daarmee is een op strategisch niveau gekozen alternatief vastgesteld. |
| Zienswijze | Een reactie die inwoners, bedrijven of organisaties kunnen indienen op een ontwerpbesluit. Dat proces loopt via het Nationaal Waterprogramma 2028-2033, dat eind 2026 gepubliceerd wordt. |
| Zomerbed (ook wel hoofdgeul) | Gedeelte van het rivierbed waarin altijd stromend water staat en dat doorgaans in gebruik is als vaarweg voor de scheepvaart. |