Wie zich verdiept in de toekomst van de Nederlandse rivieren, komt vroeg of laat Marco Taal tegen. De afgelopen decennia houdt hij zich bezig met riviermorfologie, de wetenschap die onderzoekt hoe de rivierbodem verandert onder invloed van stroming, sedimenttransport en erosie. Al die tijd ziet hij het landschap veranderen en weet hij dat ingrijpen nodig is. Nu heeft hij, als coördinator binnen Ruimte voor de Rivier 2.0, de problematiek eindelijk breed op de agenda gekregen.

Beeld: © Martijn Beekman
Marco Taal op het Deltacongres 2024
Taal groeide op in Scheveningen, aan het strand. Nog altijd gebruikt hij zijn herinneringen aan die tijd om uit te leggen wat er onder water gebeurt. “Wie langs de branding loopt, voelt de ribbels in het zand onder zijn voeten”, zegt hij. “Precies zo ziet een rivierbodem eruit. Ook daar ontstaan structuren die voortdurend in beweging zijn.”
Die fascinatie voor water bracht hem naar de TU Delft en later naar Rijkswaterstaat. In 1990 werkte hij aan zijn eerste opdracht over bodemdaling in de Rijntakken. Toen al adviseerde hij samen met collega’s om iets aan de rivierbodemdaling te doen. Nu is een moment aangebroken waar hij lang naartoe heeft gewerkt. Het kabinet heeft besloten welke maatregelen genomen gaan worden om de rivierbodem te herstellen.
Zichtbare maatregelen
Naast het besluit over de rivierbodem neemt het kabinet dit jaar ook een besluit over hoeveel ruimte de rivier in de toekomst nodig heeft. Hoewel het eerste besluit de meest urgente is volgens het programma Ruimte voor de Rivier 2.0, krijgt het tweede meer aandacht. “Hoogwater trekt de aandacht en overstromingen zijn voelbaar. Maar wat er onder water gebeurt, blijft vaak ongezien”, zegt Taal.
Dat is volgens hem precies waarom de rivierbodem zo lang onderbelicht bleef. “De rivierbodem daalt niet ineens een meter. Het gaat om één of twee centimeter per jaar. Dat geeft geen gevoel van urgentie. Maar wat ooit met baggeren kon worden opgevangen, begint nu structureel te knellen.”
De gevolgen stapelen zich op. “Ik was laatst in Zaltbommel en die hele slotgracht stond droog. Dan zie je ineens wat het betekent. Waterstanden zakken, het wordt moeilijker om bij sluizen naar binnen te varen en ook buiten de rivier drogen gebieden uit door dalende grondwaterstanden”, zegt Taal.
Een andere manier van kijken
De oorzaak van rivierbodemdaling ligt volgens Taal voor een belangrijk deel in de keuzes uit het verleden. Sinds de negentiende eeuw hebben we rivieren steeds verder beteugeld en smaller gemaakt. Brede, ondiepe rivieren vroren in de winter sneller dicht en opstuwende ijsschotsen konden dijken beschadigen. Ook werden dwarsdammen aangelegd om het water sneller af te voeren naar zee en overstromingen te voorkomen. Deze ontwikkeling ging zo ver door dat de hoofdstroom van de rivier steeds meer werd rechtgetrokken en vastgelegd.
“Dat was gunstig voor de scheepvaart, want een rechte rivier is beter bevaarbaar en heeft meer diepte”, zegt Taal. “Maar al dat water moest vervolgens door een kleinere geul, waardoor de rivier zich steeds verder is gaan insnijden. Dat proces zie je over enorme afstanden, van Duitsland tot diep in Nederland. Daarom vraagt de oplossing om een andere manier van kijken in de keuzes die we nu maken. Niet nóg meer sturen en vastleggen, maar de rivier weer ruimte geven.”
Honderdvijftig meter brede geulen
Een van de maatregelen waartoe is besloten, is het graven van extra geulen in de uiterwaarden van de rivier in de Waal. Daarmee krijgt de rivier meer ruimte om buiten het zomerbed te stromen. Door de extra ruimte neemt de stroomsnelheid van water af, waardoor het water minder sediment meevoert en de bodem minder snel uitschuurt. “Op sommige plekken hebben we het over geulen van honderd tot honderdvijftig meter breed. Dat heeft een enorme ruimtelijke impact.”
Volgens Taal is de zichtbaarheid van de aanpak juist wat het zo interessant maakt. “Je doet het niet alleen voor het herstel van de rivierbodem. Je krijgt er natuur, ruimte voor recreatie, een betere waterkwaliteit en een aantrekkelijk landschap voor terug. Dat zie je nu al op plekken als de Millingerwaard, waar eerder een nevengeul is aangelegd. Daar wandelen mensen en er broeden vogels. Het gebied leeft.”
Juist die veranderingen in het landschap maken het bijzonder. “Vroeger werd de Waal vooral gezien als een functionele plek voor scheepvaart en waterafvoer. Maar met deze maatregelen verandert ze van een werkrivier in een prachtrivier”, zegt Taal.