Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 (RvdR2.0) werkt aan een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied. Daarom besluiten we in 2026 over 1) de maatregelen die nodig zijn om de erosie van de rivierbodem te stoppen en de rivierbodem waar nodig op te hogen en 2) de manier waarop de rivier in de toekomst water veilig kan blijven afvoeren en de locaties waar binnendijkse ruimte gereserveerd moet worden.

Om de beleidskeuzes goed te kunnen onderbouwen, zijn er verschillende onafhankelijke onderzoeken gedaan. In de eerste maanden van 2026 hebben we de onderzoeksresultaten besproken samen met waterschappen, provincies en gemeenten. Vragen die we onszelf hierbij stelden waren onder meer: weten we op basis van deze onderzoeksresultaten voldoende om een goed onderbouwde keuze te kunnen maken en tekent zich op basis van de onderzoeksresultaten al een richting af voor de keuze die we moeten maken?

Oordeelsvorming over de besluiten

De stuurgroep van RvdR2.0 vergaderde op 12 februari over de onderzoekresultaten. Zij besloten dat zij voldoende informatie hebben om een advies te kunnen geven over maatregelen om de rivierbodem te stabiliseren. Voor de besluiten over hoeveel ruimte de rivier in de toekomst nodig heeft, is er veel informatie beschikbaar, maar heeft de stuurgroep RvdR2.0 besloten dat aanvullende gevoeligheidsanalyses nodig zijn. Daarnaast is er meer tijd nodig om de omgeving, zoals gemeenten langs de riviertakken, op een goede manier te betrekken. Dit betekent dat in de volgende stuurgroep van 16 april geen uitspraak wordt gedaan over de mogelijke reserveringsgebieden voor binnendijkse ruimte. Deze uitspraak (een advies van de stuurgroep) verwachten we na de zomer. De uitspraak van de stuurgroep hierover is nog geen besluit. Dit besluit ligt pas eind 2026 voor bij in de ministerraad, waarna het besluit ook naar buiten toe wordt gedeeld. Lees hier meer over het proces van besluitvorming.

De centrale vraag in de aanvullende gevoeligheidsanalyse is hoe ‘veranderlijk’ de uitkomsten van het onderzoek naar toekomstige reserveringsgebieden zijn voor de gekozen uitgangspunten. Een van de uitgangspunten is bijvoorbeeld met welk klimaatscenario we rekening houden. Ondanks het aanvullende onderzoek blijft de ambitie om dit jaar keuzes te maken over de manier waarop we in de toekomst water veilig kunnen blijven afvoeren en de locaties aan te wijzen waar binnendijkse ruimte gereserveerd moet worden. We wijzen hier in 2026 alleen globale locaties voor aan, maar bepalen nog niet de exacte begrenzing. Dit volgt in de nadere uitwerking. We besluiten ook nog niet over de maatregelen die genomen gaan worden als een gebied gereserveerd wordt en ook niet over wanneer een reserveringsgebied nodig is voor een rivierverruimende maatregel.

Betrokkenheid van de omgeving

De stuurgroep heeft ook gesproken over de perspectieven op de onderzoeksresultaten die zijn ingebracht door betrokken partijen. Er zijn onder andere gesprekken gevoerd met gemeenten en er vond een consultatie plaats van maatschappelijke organisaties, georganiseerd door het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL). Johan van den Gronden, onafhankelijk voorzitter van het OFL, presenteerde de resultaten van deze consultatie aan de stuurgroep. Het advies wordt binnenkort gepubliceerd. De stuurgroep besprak verder de betrokkenheid van gemeenten en hun achterban in het besluitvormingsproces en hoe we omgaan met besluitvorming over nu nog vrij abstracte systeemkeuzes, die wel impact hebben op lokaal niveau. We nemen daarom meer tijd voor de besluitvorming over de binnendijkse ruimte en besteden meer aandacht aan communicatie over het besluitvormingsproces.