Waar normaal gesproken kinderen en hun ouders alles leren over water, komen nu ruim 60 waterprofessionals samen in het Nationaal Watermuseum in Arnhem. Zij waren daar 22 juni 2026 aanwezig voor de praktijknetwerkdag Ruimte voor de Rivier 2.0. Het centrale thema van de dag? De rivierbodem.

Het tegengaan van rivierbodemdaling is het meest urgente probleem dat RvdR2.0 probeert op te lossen. ‘En daar hebben we jullie bij nodig!’ opent Koen van Bezu, omgevingsmanager van RvdR2.0 de tweede praktijknetwerkdag van RvdR2.0. Vandaag staat helemaal in het teken van ophalen van input, inhoudelijke verdieping en leren van elkaar. Want welke kansen liggen er? En welke uitdagingen spelen er rond rivierbodemdaling? 

Esther Metternich, directeur van het Nationaal Watermuseum Arnhem heet de bezoekers welkom: ‘Waar kunnen jullie het beter over de toekomst van water hebben dan hier?’ Daarna vertelt Marieke Hofstra waar het programma staat. Zo ligt er een advies van de stuurgroep aan het kabinet voor maatregelen om de rivierbodem aan te pakken. Daar wordt rond deze zomer een besluit over genomen.

Impact op natuur en scheepvaart

Hierna deelt Leny Toorenburg als echte schippersdochter namens de Koninklijke Binnenvaart Nederland, de branchevereniging voor de Nederlandse binnenvaart welke gevolgen de rivierbodemdaling heeft op de scheepvaart. ‘De scheepvaart in Nederland heeft zo’n 9 miljoen ton aan laadvermogen. 1 maand lang 10 centimeter waterdiepte zorgt voor 1 miljoen ton minder laadvermogen. Dat is evenveel als 30 duizend vrachtauto’s.’

Ook de natuur heeft last van de rivierbodemdaling, zo legt rivierecoloog Daphne Willems namens het WNF uit. ‘Door de rivierbodemdaling verliest de rivier het contact met de uiterwaarden, hierdoor daalt het grondwater. Veel vissoorten hebben stroming nodig, maar die neemt door droogte en rivierbodemdaling af. Ook heeft de natuur in de uiterwaarden af en toe overstromingen nodig. De overstromingsfrequentie van de uiterwaarden is afgenomen van zo’n 20 tot 30 dagen per jaar naar nog maar 2 dagen per jaar.’  

Aan de slag in werksessies

Na het plenaire deel gaan de bezoekers aan de slag in vier werksessies. Zo beweegt een groepje waterexperts zich naar de sessie Meergeulensysteem Waal: van concept naar gezamenlijke uitwerking. Zij gaan in gesprek om verschillende randvoorwaarden en uiteenlopende belangen in kaart te brengen. Yvo Snoek, senior adviseur rivierkundig onderzoek Rijkswaterstaat heeft op drie verschillende tafels in de ruimte kaarten van de rivier in Nederland neergelegd. Tijdens de sessie gaan deelnemers aan de slag om op de kaarten verschillende knelpunten weer te geven. Welke invloed heeft zo’n meergeulensysteem op de scheepvaart? De natuur? Of de bewoonbare omgeving? 

‘Vanuit rivierkundig oogpunt hebben we gekeken hoe we het beste aan de opdracht kunnen voldoen om de rivierbodem te stabiliseren. Hiervoor zijn verschillende opties. Maar er spelen natuurlijk ook andere belangen. Die bespreken we vandaag met deelnemers. Ook kunnen we niet overal hetzelfde systeem aanleggen, gebieden verschillen. Bij Tiel bijvoorbeeld liggen veel stenen dijken, daar is veel minder ruimte. Dat zijn dingen waar we allemaal rekening mee moeten houden’, legt Snoek uit.

Belangen beter afstemmen en voorbeeldproject

Ook verderop in een andere zaal van het museum buigen deelnemers zich over het meergeulensysteem. In de sessie Integraal op de Midden-Waal! Hoe?Zo!? willen de deelnemers kijken naar welke opgaven samenkomen op de Midden-Waal, waaronder het meergeulensysteem en waar nog meer samenwerking tussen deze opgaven zou kunnen liggen. Zo zou het volgens een van de deelnemers goed zijn om met één mooi voorbeeldproject te starten. Zo krijg je volgens haar mensen en partijen mee. Iemand anders denkt hierbij aan gebiedspaspoorten waarbij verschillende uitwerkingen gekozen kunnen worden voor bepaalde gebieden. ‘Of iets anders waardoor we niet steeds dezelfde gesprekken blijven voeren.’ Een andere deelnemer geeft aan dat belangen van verschillende overheidspartijen zoals gemeente, waterschap en Rijk soms door elkaar lopen. Hier zou betere afstemming over kunnen komen.

Ook konden bezoekers zich inschrijven voor de sessie Samenwerken aan de bodem van de Gemeenschappelijke Maas. In deze sessie legde Roy Frings van Rijkswaterstaat uit hoe het gesteld is met de bodem van de Gemeenschappelijke Maas, het stuk Maas in Limburg dat deels in Nederland en deels in België ligt. Waar liggen problemen en hoe kunnen we dit oplossen? Samenwerken en over de grens kijken, lijkt een van die oplossingen te zijn. Zo vertelt Francis Schoups van Architecture Workroom Brussels hoe Nederland en Vlaanderen al samenwerken en hoe deze samenwerking versterkt kan worden. In de laatste sessie, Het onzichtbare zichtbaar maken, gingen deelnemers aan de slag met een pakkend verhaal om wat onzichtbaar is – de daling van de rivierbodem – zichtbaar te maken. Hoe dragen we de urgentie over en zorgen we dat het verhaal blijft hangen? 

Zelfs met de ijsjes die tijdens de middag al rondgingen, kunnen de professionals na alle werksessies wel wat verkoeling gebruiken. Zo sluit de dag af met een borrel in het café van het Watermuseum. Hier praten de deelnemers tussen de glazen door verder over oplossingen voor rivierbodemdaling. De netwerkdag bracht nieuwe inzichten en gaf energie om samen verder te werken aan een stabiele toekomst voor de rivierbodem.