Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 onderzoekt waar in het rivierengebied meer ruimte nodig is voor een veilige waterafvoer in combinatie met andere functies van de rivier. Hiermee bouwen we voort op de aanpak van het vorige programma Ruimte voor de Rivier. Want mede door klimaatverandering is er nog steeds meer ruimte voor de rivier nodig. Eind 2026 neemt de ministerraad een besluit over globale, binnendijkse locaties (landinwaarts van de dijk) waar meer ruimte voor de rivier nodig is in de toekomst. In dit artikel geven we een update waar we nu staan in het besluitvormingsproces.
We werken dit jaar toe naar een besluit over globale locaties waar binnendijkse ruimte nodig is. Deze locaties zijn kwetsbaar voor hoogwater en vormen een knelpunt in het rivierensysteem. Op deze plekken moet ruimte gereserveerd worden, zodat hier in de toekomst maatregelen genomen kunnen worden. We besluiten dit jaar nog niet over de precieze begrenzing van deze ruimtereserveringen, ook nog niet over wanneer deze ruimte nodig is en welke maatregelen hier nodig zijn. Dat werken we de komende jaren verder uit. Na dit jaar ligt dus alleen vast op welke globale locaties meer binnendijkse ruimte gezocht moet worden. De verwachting is dat we richting 2029 concrete gebieden op de kaart kunnen aanwijzen. Een uitzondering daarop zijn de bestaande ruimtelijke reserveringen, waarvan de begrenzing nu al is vastgelegd.
Onderzoeksresultaten
Om dit besluit te kunnen nemen, onderzochten we de knelpunten in het rivierensysteem en hoe je deze kunt oplossen, in verschillende scenario’s. Voor de zomer wordt de laatste hand gelegd aan deze onderzoeken. Ook is opgehaald met welke ontwikkelingen in het rivierengebied we rekening moeten houden. We hebben ervoor gekozen waterschappen, provincies en gemeenten op een vroeg moment mee te nemen in deze onderzoeken, zodat zij belangen op lokaal en regionaal niveau op tijd konden inbrengen. Zij hebben gereageerd op eerste onderzoeksresultaten die nu nog aangevuld worden met nadere analyses. Er is dus nog geen besluit genomen. Bij het uiteindelijke besluit wordt naast de feitelijke onderzoeksresultaten ook de maatschappelijke impact meegewogen. In september vergadert de stuurgroep RvdR2.0, bestaande uit een vertegenwoordiging van drie ministeries, het Bestuurlijk Platform Rijn en de Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de Rijnvaartcommissaris. Dan brengt ze een advies uit aan de ministerraad. Op dat moment vindt een eerste weging plaats van de onderzoeksresultaten en zal de stuurgroep RvdR2.0 ook communiceren over dit advies.
Samenwerking en communicatie
We werken intensief samen met medeoverheden, om tot een zo goed mogelijk besluit te komen. Eerder konden zij aangeven wat deze resultaten voor hen en hun inwoners betekenen. Op deze manier krijgen de bestuurders in de stuurgroep RvdR2.0 een beter beeld van de impact van het besluit op de omgeving. In deze fase is nog niet te zeggen wie er precies te maken gaat krijgen met een reserveringsgebied, omdat er dit jaar nog geen grenzen op de kaart vast komen te staan. We zorgen nu vooral dat iedereen die wil, goed op de hoogte kan blijven via onze website, nieuwsbrief en een openbaar webinar elk kwartaal. En we werken dit jaar uit hoe we de omgeving gaan betrekken bij het bepalen van de begrenzing. Als in de toekomst daadwerkelijk maatregelen genomen moeten worden in de gereserveerde ruimte, betrekken we de omgeving daar zo goed mogelijk bij. Daarnaast heeft iedereen vanaf december 2026 een half jaar de tijd om een zienswijze in te dienen op het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2028-2033, waar de besluiten van RvdR2.0 in worden vastgelegd.
Impact van de besluiten
Meer ruimte voor de rivier is nodig om te kunnen blijven wonen, werken en recreëren in het rivierengebied én om de kans op een overstroming klein te houden. Dit kan botsen met andere belangen. Gemeenten zoeken naar woningbouwlocaties, het energienet moet uitgebreid worden, bedrijventerreinen groeien. Het reserveren van ruimte kan dus conflicten opleveren. En het kan zorgen voor vragen bij bewoners en ondernemers over wat een reservering voor hen betekent. Daarom hebben we concreet gemaakt wat wel en niet kan in een reserveringsgebied, zodat bewoners, ondernemers en de gemeente deze gebieden beter kunnen benutten. Grote, permanente bebouwing die rivierverruiming in de toekomst in de weg zit, kan niet meer. Maar tijdelijke of kleinere bebouwing kan doorgaans wel. We zijn ons bewust van wat een reservering, of een mogelijke reservering, voor impact kan hebben op een gebied. Een veilig en leefbaar rivierengebied vraagt nu eenmaal om keuzes voor het hele rivierengebied. En op sommige plekken doet dat pijn. Gemeenten helpen ons op een constructieve manier de impact van ruimtereserveringen in beeld te brengen. Soms zien zij ook juist kansen in het creëren van meer ruimte voor de rivier, zoals bij de Waalsprong bij Nijmegen-Lent.