Binnen het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 (RvdR2.0) werken we aan het ontwikkelen van gezamenlijke slagkracht in het rivierengebied. Dat is nodig, want rivieropgaven gaan steeds vaker over een combinatie van opgaven, die vragen om een integrale gebiedsgerichte aanpak. Toch kennen integrale rivieropgaven vaak een sectorale aansturing vanuit één of meerdere programma’s, met elk eigen doelstellingen, financieringsbronnen, programmeercycli en verantwoordingsvereisten. Die sectorale aansturing belemmert een integrale aanpak en vergroot het risico op vertraging en hoge(re) kosten binnen de projecten. Daarom werkt één van de werksporen binnen het programma, werkspoor C, aan een spelregelkader en aan het stroomlijnen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en RvdR2.0 om integraal gebiedsgericht samenwerken de nieuwe standaard te maken.

We vinden het als programma belangrijk dat er een netwerk is van professionals die werken aan rivieropgaven. Zo kunnen we van elkaar leren en bouwen aan een nieuwe werkwijze. Daarom organiseerden we op 13 januari 2026 een praktijknetwerkdag om kennis en ervaring met elkaar uit te wisselen. In dit verslag lees je hoe die dag eruitzag.

Aftrap aan het water

Een gemengd gezelschap van ca. 50 professionals vanuit het HWBP, de PAGW, RWS, waterschappen, provincies, gemeenten, natuurbeheerders, de Deltaprogramma’s Rijn en Maas en het programmateam RvdR2.0 verzamelde zich bij het LEF Future Center in Utrecht. De deelnemers begonnen de dag letterlijk met de rivier aan hun voeten, met de rivierlopen van de Rijn, de Maas, de Lek en de Waal gemarkeerd op de vloer, terwijl op de achtergrond liedjes over het thema water te horen waren. Zo kwam het motto ‘samen werken aan integrale rivieropgaven’ letterlijk tot uiting.

Koen van Bezu (omgevingsmanager RvdR2.0) typeerde de praktijknetwerkdag als een brug tussen het programma en de praktijk. Die praktijk bestaat uit betrokkenen bij integrale rivieropgaven vanuit het Rijk, de regio’s, waterprogramma’s en uitvoeringsorganisaties die in de zaal zaten. Lyndy Volkers (trekker werkspoor C RvdR2.0) benadrukte het gezamenlijke leerdoel van de praktijknetwerkdag: met én van elkaar leren.

In gesprek over het Spelregelkader Integraal Gebiedsgericht Samenwerken

Na de plenaire opening gingen de deelnemers uiteen voor vier verschillende werksessies. In de eerste sessie stond het Spelregelkader Integraal Gebiedsgericht Samenwerken centraal, één van de producten waar werkspoor C aan werkt. In het spelregelkader komen verbeterde spelregels voor samenwerking in het rivierengebied te staan. Tijdens de sessie reflecteerden deelnemers op een eerste opzet van het spelregelkader, bestaande uit sturende afspraken, bouwstenen en procesafspraken. Het nut van het spelregelkader werd breed erkend en deelnemers gaven aandachtspunten mee voor het vervolg. Zo werd benadrukt dat de rolverdeling voor alle betrokkenen in een integrale rivieropgave duidelijk moeten zijn. Ook klok er een oproep om bestaande kennis goed te benutten. “Laten we vooral het wiel niet opnieuw uitvinden” aldus een deelnemer van deze werksessie. Werkspoor C onderschrijft dit belang en voegt nieuwe inzichten toe aan bestaande kennis om de aanpak verder te versterken.

Bestuurlijke knoop: het gesprek over complexe ruimtelijke vraagstukken

De tweede werksessie ging over effectief samenwerken in complexe ruimtelijke vraagstukken. In spelvorm onderzochten deelnemers waar synergie en conflicten ontstaan. De conclusie: er is vaak meer synergie dan vooraf gedacht. En die synergie is een vertrekpunt van waaruit een gezamenlijk gedragen plan kan ontstaan.

  1. Werksessie 1: in gesprek over het Spelregelkader Integraal Gebiedsgericht Samenwerken
  2. Werksessie 2: het gesprek over complexe ruimtelijke vraagstukken

Puzzelen naar een besluit

In de derde werksessie ervaarden deelnemers al spelenderwijs hoe besluitvorming in gebiedsontwikkelingen tot stand komt. Ondanks dat niet alle deelnemers het spelgebied kenden, deed iedereen vol overgave mee. Er werd zo hard nagedacht over oplossingen dat de temperatuur in de kamer aanzienlijk steeg. Keesjan van den Herik (omgevingsmanager waterschap Limburg), spelleider van werksessie 3: “Door met elkaar aan tafel te staan voer je meteen goede gesprekken. En een ander standpunt levert soms weer nieuwe inzichten op.”

“Door met elkaar aan tafel te staan voer je meteen goede gesprekken. En een ander standpunt levert soms weer nieuwe inzichten op.”

Slimme oplossingen voor het stroomlijnen van waterprogramma’s

De vierde werksessie draaide om het stroomlijnen van de programma’s HWBP, PAGW en RvdR2.0. Deelnemers benoemden knelpunten rondom financiering, verantwoording en programmering en verkenden oplossingsrichtingen voor deze knelpunten. Er bleek veel verbinding tussen de verschillende thema’s, maar de oplossingsrichtingen zijn divers. Daarom zijn bestuurlijke kaders gewenst. Specifiek voor programmering is redeneren vanuit systeemniveau belangrijk.

  1. Werksessie 3: spelen met besluitvorming in gebiedsontwikkelingen
  2. Werksessie 4: oplossingen voor het stroomlijnen van waterprogramma’s

Van koffietafel naar praktijkinzicht

In de pauze zochten de deelnemers elkaar op om ervaringen uit te wisselen en opgedane inzichten te delen. Onder het genot van een kopje koffie en een koekje ontstonden er veel gesprekken. Daarna volgde er een presentatie van Robert Duzijn (project- en programmaleider provincie Gelderland) over zijn ervaring met de IRM-pilot Droogte IJsselvallei. Hij benadrukte het belang om voldoende afstand te nemen van een vraagstuk en waardevrij mee te denken over mogelijke oplossingen. Daarmee sluit Robert naadloos aan bij de conclusie van de werksessie ‘puzzelen naar een besluit’: alleen een fris perspectief brengt je op nieuwe denkrichtingen.

Eric ten Cate (strategisch adviseur omgeving Rijkswaterstaat) volgde met een verhaal over het project Gelderse Poort. Daarin belichtte hij de voor- en nadelen van een sectorale aanpak tegenover een integrale aanpak. Het voordeel van sectoraal aangestuurde projecten is dat ze sneller gerealiseerd zijn, maar tegelijkertijd is samenwerking onvermijdelijk. Daarom adviseert Eric: “Stel het gebied centraal en zoek van daaruit de samenhang in een integrale aanpak.” Ook pleitte hij voor eenvoudigere gebiedsgerichte sturingslijnen.

Voorwaarden voor een integrale aanpak

In een afsluitende talkshow reflecteerden drie afgevaardigden van het HWBP, de PAGW en RvdR2.0 op de opbrengsten van de dag en het belang van een nieuwe gezamenlijke werkwijze. Regina Havinga (adviseur duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit HWBP): “Samenwerking in een integrale aanpak is best ingewikkeld. Het ontbreekt soms aan regie, want eigenlijk is niemand de baas.” Rob Folkert (strategisch adviseur PAGW) erkent dat we tegen de grenzen van sectoraal werken aanlopen. “De opgaven stapelen zich (inter)nationaal op. Als we die niet samen aanpakken, red je het nooit tot de eindstreep.” Lachend roept hij op tot een revolutie: op zoek naar de verbinding tussen de opgaves. Lyndy Volkers (trekker werkspoor C RvdR2.0) benoemt daarbij de ambitie om ook goed samen te werken met de regio door de opgaven zoveel mogelijk te combineren en synergie te zoeken in het aangrijpen van kansen. Daarbij benadrukt ze het belang om dezelfde taal te spreken in een transitie. “Vandaag leert weer dat we open en transparant moeten communiceren over het proces en daar ons netwerk tijdig bij moeten betrekken.”

“Misschien is het tijd voor een revolutie: op zoek naar verbinding tussen de (inter)nationale opgaves in het rivierengebied.”

De praktijknetwerkdag laat zien dat een open setting de deuren opent voor groeiend vertrouwen en wederzijds begrip. Tijdens de werksessies toonden deelnemers dat ze zich betrokken voelen bij het werk van werkspoor C en zich mede-eigenaar voelen voor de rivieropgaven. Eigenaarschap, gedeelde waarden en open communicatie zijn dus belangrijke voorwaarden voor een integrale aanpak.

En hoe nu verder?

De opbrengsten van de praktijknetwerkdag worden meegenomen in de verdere uitwerking van werkspoor C. De komende tijd gaan we aan de slag met de uitwerking van een aantal kansrijke oplossingsrichtingen over programmering, financiering, verantwoordingsvereisten en samenwerking via praktijkuitwerkingen en een strategische agenda met het HWBP en de PAGW. Alle uitkomsten hiervan krijgen uiteindelijk een plek in het Spelregelkader Integraal Gebiedsgericht Samenwerken, dat uiterlijk in 2029 definitief wordt vastgesteld.