Uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden
Wat is er aan de hand?
Bij hoogwater op de IJssel bestaat overstromingsgevaar voor Zwolle en het achterland. Het water kan dreigen aan twee kanten. Als het IJsselmeer hoog staat, bijvoorbeeld door een noordwesterstorm, blijft het water 'hangen' rond Zwolle. De uiterwaardvergraving in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden is één van de drie maatregelen om de veiligheid van stad en omgeving te vergroten. De andere twee zijn de dijkverlegging bij Westenholte en de zomerbedverlaging in de Beneden-IJssel, tussen Kampen en Zwolle.
Hoe lossen we dit op?
Uiterwaardvergraving
Door het afgraven van delen van de uiterwaard krijgt de rivier bij hoogwater meer ruimte.

Door natuurlijke processen (aanslibbing) zijn de uiterwaarden de afgelopen eeuwen steeds hoger komen liggen. Het geheel of gedeeltelijk afgraven van uiterwaarden en deze daardoor te verlagen, levert een bijdrage aan rivierverruiming. Ook kan de verlaging gestalte krijgen door in de uiterwaard een geul aan te leggen, of een bestaande strang (oude rivierloop) uit te diepen. Uiterwaardverlaging kan vaak worden gecombineerd met de winning van klei of zand.
Waar nu in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden vooral landbouwgrond is, leggen we een geulensysteem aan. De geulen lopen straks onder de in 2010 aangelegde spoorbrug van de Hanzelijn door. De bestaande zandwinplas maken we ondieper en dit water gaat dan deel uitmaken van het geulensysteem. Twee woningen in de uiterwaard worden verplaatst naar de dijk.
Wat levert het op?
Dankzij deze uiterwaardvergraving daalt - in situaties van hoog water - het niveau van de IJssel bij Zwolle zo'n 8 centimeter. Door de open verbinding met de IJssel krijgt de natuur de kans zich te ontwikkelen in de overgangszone tussen nat en droog. De nieuwe inrichting van het buitendijkse gebied kan eventueel hand in hand gaan met recreatie.



