Kribverlaging Midden-Waal
Wat is er aan de hand?
Kribben, de stenen 'dwarsliggers' die de rivier in steken, horen bij het Hollandse rivierenlandschap. Ze zijn zeer belangrijk bij de afvoer van water, ijs, grind, zand en klei. Kribben houden de rivier op zijn plaats en bevaarbaar voor de scheepvaart. Door uitschuring van de vaargeul zijn de kribben in de Waal de afgelopen jaren hoger komen te liggen. Ze zijn daarmee een onnodig hoog obstakel bij de afvoer van water. Op drie trajecten (voorheen vier) langs de Waal worden de kribben verlaagd.
Hoe lossen we dit op?
Kribverlaging
Door het verlagen van de kribben kan het water gemakkelijker worden afgevoerd.

De functie van de kribben (het op zijn plaats en op diepte houden van de vaargeul) blijft behouden.
Op het traject tussen Beuningen en Tiel worden de kribben aan beide zijden van de rivier met gemiddeld anderhalve meter verlaagd. Het water kan zo gemakkelijker zijn weg vinden terwijl de vaargeul behouden blijft. We pakken ongeveer zevenhonderdvijftig kribben 750 kribben op het traject tussen het Pannerdensch Kanaal en Gorinchem aan. De kribben komen vaker onder water te staan maar om een veilige scheepvaart te garanderen blijven de kribbakens uiteraard zichtbaar.
Wat levert het op?
Door de kribverlaging daalt de waterstand bij extreem hoog water met zes tot twaalf centimeter. Dit gebeurt met oog en oor voor de omgeving. Een beperkt aantal kribben blijft in de oude vorm gehandhaafd omdat ze een belangrijke extra functie hebben, zoals een veerstoep uit de stroom houden. Door de kribverlaging staan de kribben naar verwachting circa honderd dagen boven water staan. Nu is dat tweehonderdvijftig dagen. De Waal zal daardoor vaker breder ogen. Het beeld van honderd jaar terug in de tijd.


