Uiterwaardvergraving Millingerwaard
Wat is er aan de hand?
In de Millingerwaard, het hart van de Gelderse Poort, gaat de natuur volop haar gang. Het is een grote uiterwaard die, met de stroom mee gezien, vlak na het punt ligt waar de Waal en het Pannerdensch Kanaal uit elkaar gaan. Om het water daar goed te verdelen én de waterstand te laten dalen in tijden van hoog water, moet de Millingerwaard verruimd worden.
Hoe lossen we dit op?
Uiterwaardvergraving
Door het afgraven van delen van de uiterwaard krijgt de rivier bij hoogwater meer ruimte.

Door natuurlijke processen (aanslibbing) zijn de uiterwaarden de afgelopen eeuwen steeds hoger komen liggen. Het geheel of gedeeltelijk afgraven van uiterwaarden en deze daardoor te verlagen, levert een bijdrage aan rivierverruiming. Ook kan de verlaging gestalte krijgen door in de uiterwaard een geul aan te leggen, of een bestaande strang (oude rivierloop) uit te diepen. Uiterwaardverlaging kan vaak worden gecombineerd met de winning van klei of zand.
In de Millingerwaard leggen we nieuwe geulen die uitstromen in de Kaliwaal. Zo kan extreem hoog water makkelijker zijn weg vinden: de Waal wordt zo voor een deel ontlast. De geulen maken deel uit van de bijzondere natuur in het gebied, waar grote grazers rondlopen. Vrijwel al het zachthoutooibos in de uiterwaard blijft staan en kan zelfs uitgebreid worden.
Wat levert het op?
Deze maatregel levert een waterstanddaling van negen centimeter op. Samen met andere maatregelen moet dat tot minder overstromingsperikelen leiden langs de hele Waal. Na de herinrichting van de Millingerwaard krijgt de natuur de vrije hand. Het streven is zo min mogelijk in te grijpen zodat een rivierduinenlandschap met hard- en zachthoutooibossen ontstaat, met grazige vlaktes en ruigten.


