home   |   contact   |   sitemap

Wat is de veiligheidsdoelstelling van Ruimte voor de Rivier?

De belangrijkste doelstelling van het programma Ruimte voor de Rivier, is het vergroten van de veiligheid van het rivierengebied. Het project richt zich op het stroomgebied van de Rijn en een klein stukje van de Maas (de Bergsche Maas), stroomafwaarts van Hedikhuizen, nabij Den Bosch. De maatregelen moeten er in ieder geval voor zorgen dat de veiligheid in dit gebied uiterlijk in 2015 in overeenstemming is met het wettelijk vastgestelde veiligheidsniveau. Dat betekent dat dan een hoeveelheid water van 16.000 m3/s (6 olympische zwembaden) die ons land via de Rijn binnenkomt, veilig door de rivieren kan worden afgevoerd. Een belangrijke tweede doelstelling is dat de maatregelen zoveel mogelijk bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied.

Wat is de relatie tussen veiligheid en de klimaatverandering?

Door de klimaatverandering valt er vooral in de wintermaanden meer regen. Bovendien ontstaat er meer smeltwater. Vanuit het achterland komt dit in de Nederlandse rivieren terecht. Door de grotere regenval en het extra smeltwater stijgt het waterpeil in de rivieren.

Wat is 'maatgevende afvoer'?

De maatgevende afvoer is één van de belangrijkste gegevens bij het bepalen van de dijkhoogten. Het is de maximale hoeveelheid water die de dijken nog veilig kunnen keren. Hoe hoger deze afvoer gesteld wordt, hoe groter de afvoercapaciteit van de rivieren moet zijn. In de Wet op de waterkeringen is vastgelegd dat we een kans van 1/1250 accepteren dat er toch een hogere afvoer optreedt dan de maatgevende afvoer, of anders gezegd: zo'n situatie kan zich gemiddeld eens in de 1250 jaar voordoen. De rivieren moeten de maatgevende afvoer veilig kunnen verwerken zonder dat het rivierengebied overstroomt. Deze hoeveelheid wordt voor een bepaald punt van de rivier berekend: voor de Rijn gebeurt dat bij Lobith en voor de Maas bij Borgharen. Op dit moment is de maatgevende afvoer gesteld op 16.000 m3/sec (gelijk aan de inhoud van 6 olympische zwembaden per seconde) voor de Rijn en 3.800 m3/sec voor de Maas.

Hoe wordt de maatgevende afvoer berekend?

Naar aanleiding van de zeer hoge rivierafvoeren van 1993 en 1995 zijn de maatgevende afvoeren voor Rijn en Maas bijgesteld. De maatgevende afvoer wordt berekend op basis van afvoergegevens die gedurende een periode van 100 jaar zijn verzameld. Voor de Rijn gebeurt dit bij Lobith en voor de Maas bij Borgharen. Door deze data statistisch te bewerken, ontstaat een beeld van waterafvoeren door de tijd heen en is het mogelijk de kans te bepalen op een hoge afvoer. Berekeningen tonen aan dat een hoeveelheid van 16.000 m3 Rijnwater per seconde afgevoerd moet kunnen worden om aan het wettelijk vereiste veiligheidsniveau (een overstromingskans van 1 op 1250) te voldoen.

Hoe groot is de kans om een overstroming mee te maken?

In de Wet op de Waterkering is vastgelegd dat we als samenleving de kans accepteren dat er eens in de 1250 jaar hogere waterstanden optreden dan die de rivieren veilig kunnen verwerken. Dat lijkt weinig, maar iemand die zijn hele leven in het rivierengebied woont en 80 jaar wordt, heeft een kans van iets meer dan 6% om een overstroming mee te maken. Voor alle duidelijkheid: een kans van ‘eens in de 1250 jaar' zegt iets over de waarschijnlijkheid waarmee een gebeurtenis kan plaatsvinden. Het zegt echter niets over het moment waarop de gebeurtenis zich voordoet. Goed beschouwd bestaat er elk jaar een kans van 1 op 1250 dat er een gebied overstroomt.

Hoeveel water kunnen de rivieren straks veilig afvoeren?

De maatgevende afvoer is in 2001 bijgesteld van 15.000 m3/sec naar 16.000 m3/sec voor de Rijn en van 3.650 m3/sec naar 3.800 m3/sec voor de Maas. Dit betekent voor de Rijn dat de rivier (inclusief aftakkingen) per seconde zestien miljoen liter water moet kunnen afvoeren zonder gevaar voor overstromingen. Het uitvoeren van de maatregelen van het programma Ruimte voor de Rivier maakt dit mogelijk.

Waarom anticipeert u niet vast op hogere afvoeren dan de 16.000 m3/sec. Blijft u niet achter de feiten aanlopen? Waarom komt er geen Planologische Kernbeslissing voor 18.000 m3/sec?

Het kabinetsstandpunt is dat we eerst de veiligheidsnorm in de wet moeten halen, voordat we over nog meer maatregelen (en geld) nadenken. Om aan die norm te voldoen, moeten we maatregelen nemen die een veilige afvoer van 16.000 m3/sec mogelijk maken. Dit betekent niet dat we helemaal niet anticiperen. Een dijkverlegging zal indien mogelijk op 18.000 m3/sec worden ontworpen. Bovendien gaat de langetermijnvisie (LTV), die onderdeel uitmaakt van de Planologische Kernbeslissing (PKB) en een doorkijk geeft naar de verdere toekomst (tot 2050), wel expliciet uit van een maatgevende afvoer van 18.000 m3/sec.