![]() |
Het verlagen van kribben |
![]() |
In bovenstrooms gelegen riviertrajecten is de rivierbodem in de loop der jaren door uitschuring gedaald. De kribben zijn daardoor als het ware hoger komen te liggen en bij hoogwater vormen ze overbodig grote obstakels die opstuwing van het rivierwater veroorzaken. Door de kribben te verlagen krijgt het water meer ruimte.
In benedenstrooms gelegen trajecten is het niet mogelijk de kribben te verlagen, omdat de bodem daar niet is uitgeschuurd. Langs de IJssel heeft kribverlaging alleen voor het allereerste deel enig effect; benedenstrooms van Doesburg is er weinig meer van te merken. Langs de Waal resulteert kribverlaging in 5 tot 15 cm waterstanddaling. Langs het Pannerdensch Kanaal is het effect van kribverlaging minimaal merkbaar, maar verder benedenstrooms neemt het effect nog meer af.

Terug
